Rozen veredelen in Kenia
Plantenveredeling bij snijrozen is het ontwikkelen van nieuwe rozensoorten die beter, mooier en sterker zijn voor de snijbloementeelt.
Een veredelaar kruist verschillende rozenplanten met elkaar om eigenschappen te combineren, waaronder; mooie bloemvorm en kleur, goede productie, ziekteresistenties om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te verminderen, bestendigheid tijdens lang transport zoals zeevracht met oog op duurzaamheid.
Uit duizenden zaailingen kiest de veredelaar de beste planten. Die worden jarenlang getest voordat een nieuw ras op de markt komt.
Bij snijrozen draait het dus eigenlijk om het maken van “betere rozen” die aantrekkelijk zijn voor telers, handel en consumenten, wereldwijd.

In Kenia?
Eind jaren ’90 vond een groot deel van de snijrozenteelt nog plaats in verwarmde glazen kassen in Noordwest-Europa. Ook de veredeling — het ontwikkelen van nieuwe rassen — gebeurde voornamelijk in Nederland, eerst in gasgestookte kassen en later in teelten met kunstmatige belichting.
Twintig jaar later is de teelt in gasgestookte kassen sterk afgenomen. De productie is vrijwel volledig verschoven naar productielanden in enerzijds Oost-Afrika — met name bergachtige landen als Kenia, Ethiopië en in mindere mate Oeganda — en anderzijds Zuid-Amerika, vooral Ecuador en Colombia. Daar worden rozen op grote hoogte geteeld, soms tot boven de 3.000 meter in het Andesgebergte.
Deze verschuiving van productiegebieden was de basis voor het besluit om de volledige rasontwikkeling van rozen in Kenia voort te zetten, in ongestookte teelten. Op die manier kunnen rassen worden geselecteerd die goed groeien zonder extra warmte of kunstlicht, en die bovendien geschikt zijn voor teelt op grotere hoogte.
Rozen worden over de hele wereld verscheept: vanuit Zuid-Amerika voornamelijk naar Noord-Amerika, en vanuit Oost-Afrika vooral naar Europa en het Midden-Oosten.
Voor de nieuwe productielanden is de bloementeelt een belangrijke werkgever en voor veel lokale mensen een kans om zich economisch en sociaal verder te ontwikkelen. In gebieden waar de bloementeelt geconcentreerd is, ontstaan complete dorpen met voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen. Dat is vooral zichtbaar in Oost-Afrika, nabij steden als Naivasha, Nakuru en Timau, en in Ethiopië rond plaatsen als Ziway en Debre Zeit.
Voor een Nederlandse rozenveredelaar betekent dit veel en verre reizen.
Toch wel duurzaam?
Zeker. Bloemen telen in landen rond de evenaar is voor het milieu minder belastend dan teelt op de Nederlandse breedtegraad. Op het eerste gevoel lijkt dat vreemd. Maar dit komt simpelweg doordat op de evenaar gebruik wordt gemaakt van de energie van de zon. In tegenstelling tot gestookte teelten onder glas, is er geen gas of grote hoeveelheid elektriciteit nodig om enorme oppervlakten kassen tijdens de winter warm en licht te houden.
In landen als Kenia, Ethiopië, Ecuador en Colombia volstaat doorgaans een eenvoudige plastic kas die jarenlang meegaat.
En het transport dan?
Ja, luchttransport zorgt voor milieubelasting. Juist daarom werken bloemenveredelaars hard aan het ontwikkelen van rassen die geschikt zijn voor langdurig transport over zee. In veel delen van de wereld gebeurt dat inmiddels al op grote schaal via zee- en oceaantransport.

Persoonlijke missie
De enorme variatie in de natuur, alleen al binnen de familie van de Rosaceae kunnen je persoonlijk raken. De schoonheid van een roos die langzaam opengaat is betoverend. Wie werkelijk stilstaat, kan daarin iets zien en ervaren van de grootsheid van de Schepper.
Het zoeken naar nieuwe rassen, die onder uiteenlopende klimaatomstandigheden kunnen groeien, goed transporteerbaar zijn en voldoende produceren zodat steeds meer mensen in verschillende landen van die schoonheid kunnen genieten tegen een betaalbare prijs, is een van mijn grootste drijfveren. Bloemen — en rozen in het bijzonder — doen iets met mensen.
Dat heb ik persoonlijk ervaren toen ik in een voor mij onbekende cultuur in Zuid-Amerika zomaar op straat rozen uitdeelde aan voorbijgangers. Het ontvangen van één enkele roos ontlokte telkens weer een oprechte glimlach — een pure glimlach recht uit het hart.
Ongeëvenaard.
Een bloem is een klein stukje vreugde, ongeacht de omstandigheden, land of cultuur.

Nog een stichting?
Er zijn vele goede professionele grote organisaties met eenzelfde doel in dezelfde regio. En die zijn goed.
Echter, persoonlijke betrokkenheid met mensen in dit werelddeel en direct zicht op leefomstandigheden en de dagelijkse gevechten die mensen als jij en ik moeten leveren elke dag, om te zorgen voor zichzelf en de familie en in het bijzonder de kinderen, doet iets met je.
Worstelend met de persoonlijke uitdaging iets te betekenen voor medemensen die het levenspad kruisen, voordat je weer in het vliegtuig stapt naar die (heel) andere wereld op het noordelijk halfrond. Mensen die zo ver weg van je staan in letterlijk maar ook figuurlijke zin, qua rijkdom, leefomstandigheden, gezondheidszorg, kansen, onderwijs ..… Mensen, die net als de vogels in de tuin de hele dag bezig zijn moet “voedsel” vergaren, jongen grootbrengen en overleven.
Geven aan grote professionele organisaties, zeker, maar wat je zelf in de ogen kijkt, wil je met je hand optillen.
Iets dat enerzijds iets onvergeeflijks heeft, alsof armoede en wanhoop alleen bestaat als je het in de ogen kijkt…
Anderzijds is het verantwoordelijkheid nemen voor dat wat op je pad komt, hoe klein of hoe ver weg ook.
Maak jouw eigen website met JouwWeb